Japan nam het stelsel van de twaalf tekens over uit China, ergens rond de zesde eeuw, samen met het schrift en veel van wat daarbij hoorde. De tekens bleven identiek. Twee van de dieren niet.
Dat klinkt als een detail voor liefhebbers, maar het raakt iedereen die in een van die twee jaren geboren is — en het zegt iets over hoe cultuur reist.

Eerst de naam
Het stelsel heet in Japan eto (干支). De uitspraak verraadt de opbouw: e is de «oudere broer», to de «jongere broer» — de yang- en yin-vorm van elk element.
Het woord slaat dus strikt genomen op de combinatie van stammen en takken samen, niet op de dieren alleen. In het dagelijks gebruik is eto inmiddels gewoon «het jaardier» geworden, maar het oorspronkelijke stelsel zit er nog in — zie de vijf elementen en de cyclus van zestig.
De twee dieren die verschillen

未 — schaap of geit
Het achtste teken is in China een geit en in Japan een schaap (hitsuji). Het teken zelf zegt niets doorslaggevends: het is een oud pictogram waarin beide dieren zijn gelezen.
In het Nederlands en Engels levert dat een aanhoudende verwarring op — «year of the sheep» of «year of the goat», afhankelijk van de bron. Beide zijn correct, voor het land waar ze vandaan komen.
亥 — wild zwijn of varken
Dit is het interessantere geval. In China is het twaalfde dier een varken: het huisdier, symbool van welvaart en overvloed. In Japan is het een wild zwijn (inoshishi), en dat is een heel ander beest met een heel andere betekenis.
Waar het Chinese varken staat voor voorspoed en genieten, staat het Japanse zwijn voor vastberadenheid tot op het koppige af. Er bestaat een woord voor: chototsu-mōshin (猪突猛進), «blindelings vooruit stormen als een zwijn». Een zwijn kan namelijk niet scherp draaien — het rent rechtdoor tot het er is of tegen iets aan loopt.
Dat is als karakteromschrijving iets anders dan «u houdt van lekker eten».
Hetzelfde teken, dezelfde plaats in de rij, een totaal andere eigenschap. Wat een cultuur bij een woord ziet, reist niet mee met het schrift.
Waarom vertaling van een teken niet genoeg is
Waarom juist deze twee
Het waarschijnlijkste antwoord is simpel: het dier dat men kende. Wilde zwijnen zijn in Japan overal en waren eeuwenlang de belangrijkste jachtbuit en plaag van boeren; gedomesticeerde varkens speelden er lang geen rol van betekenis. Schapen kwamen op het vasteland veel algemener voor dan geiten in de Japanse landbouw.
Cultuur die van het ene land naar het andere gaat, wordt vertaald in wat daar bestaat. Precies hetzelfde gebeurde met de woorden die via Deshima Japan binnenkwamen — daar werd bier bīru en werd een kop een koppu, zie Japanse woorden die uit het Nederlands komen.
Onze dierenriemcalculator vermeldt bij beide tekens allebei de lezingen, zodat u niet hoeft te raden welke bron u voor u hebt.
Nog een verschil: de jaargrens
Belangrijker dan de dieren is dit: in Japan wisselt het jaardier op 1 januari, niet bij Chinees nieuwjaar. Sinds de kalenderhervorming van 1873 volgt het eto het gregoriaanse jaar.
Voor wie in januari of begin februari geboren is, betekent dat twee verschillende antwoorden, afhankelijk van welke traditie u aanhoudt. Het hele verhaal — inclusief welke grens deze site gebruikt en waarom — staat in wanneer wisselt het jaardier?
Waar u het eto in Japan tegenkomt

Hier zit het echte verschil met het Westen. Bij ons is de Chinese dierenriem folklore die eens per jaar in de krant staat. In Japan is het eto onderdeel van de kalender.
Nieuwjaarskaarten
De nengajō is de belangrijkste post van het jaar: kaarten die iedereen aan familie, vrienden en zakelijke relaties stuurt, en die door de posterijen bewaard worden om allemaal op 1 januari tegelijk bezorgd te worden.
Vrijwel al die kaarten dragen het dier van het komende jaar. Officiële nieuwjaarspostzegels doen hetzelfde. Als u wilt zien welk dier het is, hoeft u in december alleen een postkantoor binnen te lopen.
Eén regel hoort erbij: heeft iemand in uw kring dat jaar een sterfgeval gehad, dan stuurt u geen nengajō. De betrokkene laat dat vooraf weten met een aparte kaart. Dit is het soort ongeschreven regel waar de vier uitgangspunten uit Japanse cultuur begrijpen op neerkomen.
De winkels vanaf november
Beeldjes, koekjes, kalenders, handdoeken, sake-etiketten — twee maanden lang staat alles in het teken van het komende dier. Voor een bezoeker is dat het zichtbaarste bewijs dat het geen bijgeloof is maar een seizoensmarkering.
Schrijnen en tempels
Houten wensplankjes (ema) en amuletten wisselen jaarlijks van motief. Sommige schrijnen zijn bovendien aan een specifiek dier verbonden en trekken in hun jaar extra bezoek.
Leeftijd vragen zonder leeftijd te vragen
Naar iemands eto informeren is beleefder dan rechtstreeks naar het geboortejaar vragen. Omdat de cyclus twaalf jaar is, weet u daarna binnen twaalf jaar hoe oud iemand is — en dat is doorgaans precies genoeg.
Tijd en richting
Dezelfde twaalf tekens nummerden vroeger de dubbeluren en de windstreken. Het «uur van de os» lag rond twee uur ’s nachts; de noordoostelijke hoek heet kimon, de demonenpoort, en ligt tussen os en tijger.
Daar komt een detail uit dat u meteen herkent zodra u het weet: Japanse demonen (oni) hebben horens van de os en dragen een broek van tijgervel. Ze zijn letterlijk gemaakt uit de richting waar ze vandaan komen.
Het eto in namen en woorden
De tekens zitten ook in gewone taal:
- Ushi-mitsu-doki — het derde deel van het uur van de os, ongeveer half drie ’s nachts. Het spookuur van de Japanse verhalen.
- Doyō no ushi no hi — de «dag van de os» midden in de zomer, waarop men traditioneel gegrilde paling eet tegen de hitte. Een van de weinige dagen die een gerecht heeft.
- Kōshien — het beroemde honkbalstadion is genoemd naar het jaarteken van 1924, het eerste van de zestigcyclus.
Wie de tekens zelf wil leren lezen: de twaalf takken hebben oude vormen die niet gelijk zijn aan de gewone kanji voor die dieren — 卯 is niet hetzelfde teken als 兎 voor konijn. De route naar dat soort leeswerk staat in kanji leren: hoeveel u nodig hebt en hoe, en de bijbehorende uitspraak in ons zinnenboek.