Nederland heeft geen evenement van honderdduizenden bezoekers zoals Frankrijk. Wat het wel heeft, is een scene die overzichtelijk genoeg is om in één weekend te leren kennen — en dat is voor een nieuwkomer een voordeel.

De twee die u moet kennen

Ze verschillen wezenlijk van opzet, en dat verschil bepaalt welke van de twee bij u past.
Abunai! — Veldhoven
| Wat | Driedaagse conventie |
| Waar | NH Koningshof, Veldhoven |
| Wanneer | Augustus |
| Sinds | 2003 |
Georganiseerd door de Abunai! Foundation, en daarmee een van de langstlopende Japanse popcultuur-evenementen van het land. De tweeëntwintigste editie valt in 2026 op 7 tot en met 9 augustus, met «Case Closed» als thema.
De opzet is die van een echte conventie: een programma met workshops, lezingen, wedstrijden, spellen, optredens en een cosplaywedstrijd, verspreid over drie dagen en drie nachten. Deelnemers logeren doorgaans ter plaatse, en dat maakt het meer een weekendlang verblijf dan een dagje uit.
Voor wie voor het eerst gaat is dat tegelijk de drempel en de aantrekkingskracht: u koopt geen entreekaartje voor een middag, u boekt een weekend.
TomoFair — Utrecht
| Wat | Japanse binnenmarkt |
| Waar | Gietijzer, Utrecht |
| Wanneer | Najaar |
| Sinds | 2014 |
Een andere formule: kramen, Japans straatvoedsel, shows, gaming en cosplay, in een opzet die het meest lijkt op een overdekte markt. De organisatie meldt dat het evenement sinds 2014 elk jaar uitverkocht is.
Voor een eerste kennismaking is dit de lagere drempel. U komt binnen, loopt rond, eet iets, en vertrekt wanneer u wilt. Geen programma om bij te houden, geen overnachting.
Wilt u proeven, ga dan naar de markt. Wilt u erbij horen, ga dan naar de conventie. De twee vragen een heel verschillende investering.
Welke van de twee als eerste
Controleer altijd de actuele gegevens. Data, locaties en kaartverkoop verschuiven per editie, en beide evenementen lopen vol. Kijk bij de organisatie zelf voordat u reist, en koop vroeg. Waarom wij hier geen prijzen noemen: die veranderen jaarlijks, en een verouderd bedrag is erger dan geen bedrag — zie ons redactiebeleid.
Wat er verder is
Naast deze twee bestaat er een laag kleinere activiteiten die minder zichtbaar is maar wel het jaar vult:
- Kleinere markten en fandagen, verspreid over het land en vaak eendaags.
- Studie- en studentenverenigingen rond Japanse studies, met eigen filmavonden en activiteiten. Leiden is daarbij het zwaartepunt, om historische redenen die in rangaku aan bod komen.
- Japanse culturele instellingen en tuinen, die aparte publieksdagen organiseren.
- De Vlaamse scene, met eigen evenementen en een publiek dat vaak naar dezelfde Nederlandse dagen komt.
Wij noemen hier bewust geen volledige agenda: die verandert per jaar en zou binnen twaalf maanden onbetrouwbaar zijn.
Voor het eerst naar een conventie

Koop vroeg. Beide evenementen lopen vol, en kaarten aan de deur zijn geen zekerheid.
Cosplay hoeft niet. Ruwweg de helft van de bezoekers draagt gewone kleding. Wie wil, mag; wie niet wil, valt niet op.
Vraag voordat u fotografeert. Kort vragen is de norm, en het antwoord is bijna altijd ja — vaak met een pose erbij. Ongevraagd fotograferen is de enige sociale fout die er werkelijk toe doet.
Neem contant geld mee. Veel kraampjes zijn kleine zelfstandigen en tekenaars die hun eigen werk verkopen; niet allemaal met een pinapparaat.
Eet en drink op tijd. De rijen bij de catering pieken rond het middaguur, en zalen zijn warm.
Alleen gaan is normaal. Solo bezoeken gebeurt veel en valt niemand op. Het is een van de weinige publieke gelegenheden waar dat volstrekt vanzelfsprekend is.
Waarom de scene hier klein bleef
Een vraag die zelden gesteld wordt: waarom is Japanse popcultuur in Frankrijk uitgegroeid tot massacultuur en in Nederland niet?
Het gangbare antwoord is televisie. In Frankrijk en Italië werden vanaf de jaren zeventig en tachtig grote hoeveelheden Japanse animatieseries uitgezonden, nagesynchroniseerd en zonder aankondiging dat ze Japans waren. Een hele generatie groeide ermee op zonder het te weten, en die generatie werd later het publiek voor de rest.
In Nederland en Vlaanderen gebeurde dat op veel kleinere schaal. Er waren series — ook hier keken kinderen naar Japanse animatie zonder het te merken — maar er ontstond geen continu aanbod, en dus geen bodem.
Het gevolg is een scene die later op gang kwam en die vooral via internet is opgebouwd in plaats van via televisie. Dat verklaart de leeftijdsopbouw op een Nederlandse conventie, en ook waarom het Engels er de voertaal van het fandom is: de instroom liep via Engelstalige kanalen, niet via Nederlandse nasynchronisatie.
Voor een bezoeker heeft dat één praktisch gevolg: voorkennis wordt niet verondersteld. Niemand gaat ervan uit dat u met dit materiaal opgegroeid bent, want de meesten zijn dat zelf ook niet.
Cosplay, kort
Het woord is een samentrekking van costume play, in Japan verkort tot kosupure (コスプレ) — opnieuw een leenwoord dat via katakana binnenkwam en verkort weer opdook, hetzelfde mechanisme als in Japanse woorden die uit het Nederlands komen.
Drie regels die overal gelden:
- Wapens zijn nooit echt. Elke conventie heeft regels over rekwisieten; lees ze vooraf.
- Kleedkamers zijn er. Niemand reist in kostuum, en dat hoeft ook niet.
- Een kostuum is geen uitnodiging. De gedragsregels van de organisatie zijn er niet voor niets.
Japan zelf, als u verder wilt
Voor wie de stap naar het land overweegt: de wijken die met dit onderwerp geassocieerd worden zijn er echt, maar ze zijn winkelgebieden, geen bezienswaardigheden. Reken op een halve dag, niet op een reisdoel.
Wilt u de reis om iets anders heen bouwen, dan staat de opzet in een reis naar Japan plannen, en de veertiendaagse route in veertien dagen Japan, dag voor dag.
Eén praktisch punt dat bij dit onderwerp hoort: het aanbod in Japanse winkels is grotendeels Japanstalig, en dat geldt ook voor de spellen en boeken. Wie iets meeneemt om te lezen, heeft er meer aan met een basis kana op zak — zie katakana leren: 46 tekens in een weekend.