Japanse tijdperken

Japanse tijdperken: twee jaartallen voor hetzelfde jaar

Op Japanse formulieren staat geen 2026 maar Reiwa 8. Hoe het stelsel werkt, de vijf namen die u nodig hebt, en het jaar dat er twee heeft.

Reiwa 8 in Japanse tekens, met 2026 eronder

Vraag een Japanner in welk jaar hij geboren is en er is een goede kans dat u een antwoord krijgt dat u niet kunt plaatsen. Shōwa 52. Heisei 9. Op formulieren, rijbewijzen, muntstukken en officiële brieven staat zelden 2026, maar 令和8年 — Reiwa 8.

Japan gebruikt twee jaartellingen naast elkaar, en dat is geen folklore maar dagelijkse administratie.

Reiwa 8 in Japanse tekens, met 2026 eronder

Hoe het werkt

Een nengō (年号) of tijdperknaam is een naam van twee tekens die aan een periode wordt gegeven. Binnen die periode worden de jaren opnieuw geteld, vanaf één.

Sinds 1868 geldt de regel: één tijdperk per keizer. Treedt er een nieuwe keizer aan, dan begint een nieuwe naam en begint de telling opnieuw. De naam wordt daarna ook gebruikt om de overleden keizer aan te duiden — de keizer die tot 1989 regeerde, heet in Japan de Shōwa-keizer.

Het huidige tijdperk is Reiwa (令和), begonnen op 1 mei 2019. Dit jaar is dus Reiwa 8.

De vijf die u nodig hebt

De vijf moderne tijdperken op een tijdbalk

Voor alles wat u in de praktijk tegenkomt volstaan vijf namen. Alles daarvóór is geschiedenis.

Tijdperk Periode Optellen
明治 Meiji 1868 – 1912 + 1867
大正 Taishō 1912 – 1926 + 1911
昭和 Shōwa 1926 – 1989 + 1925
平成 Heisei 1989 – 2019 + 1988
令和 Reiwa 2019 – + 2018

Shōwa duurde vierenzestig jaar en is daarmee het langste tijdperk uit de Japanse geschiedenis. Wie in Japan «Shōwa» zegt, bedoelt vaak niet het jaartal maar de sfeer: Shōwa-retro is er een eigen esthetiek, ongeveer zoals «de jaren zeventig» bij ons.

De volledige rekenmethode, inclusief het omgekeerde, staat in Japanse jaartallen omrekenen. Of laat de tijdperkomrekenaar op deze site het doen — die geeft ook meteen de leeftijd in beide tellingen.

Het jaar dat twee namen heeft

2019 gesplitst in Heisei 31 en Reiwa 1

Hier gaat het bij automatische omzetters mis. Een jaar waarin de troon wisselt, hoort bij twee tijdperken tegelijk.

2019 was Heisei 31 tot en met 30 april, en Reiwa 1 vanaf 1 mei. Een datum uit dat jaar kunt u dus niet omrekenen zonder de dag te kennen.

En er is een schrijfregel bij: het eerste jaar van een tijdperk heet gannen (元年), «oorspronkelijk jaar», en wordt niet als 1 geschreven. U ziet 令和元年, nooit 令和1年.

Shōwa 64 heeft zeven dagen geduurd — 1 tot en met 7 januari 1989. Munten met dat jaartal zijn er, en ze zijn precies daarom gewild.

Het kortste tijdperkjaar van de moderne tijd

Waar u het tegenkomt

Voor een bezoeker is dit geen theorie. De tijdperktelling staat op:

  • Formulieren en aanvragen — meestal met hokjes 明・大・昭・令 om aan te kruisen, gevolgd door het jaar.
  • Rijbewijzen en verblijfskaarten — vervaldatums in tijdperkjaren.
  • Muntstukken — op de achterkant staat het productiejaar in nengō.
  • Bankzaken, verzekeringen, contracten — vrijwel altijd.
  • Nieuws en overheidscommunicatie — al staat daar steeds vaker ook het westerse jaar bij.

Hoe u zo’n datum precies leest en invult, staat in Japanse datums lezen op formulieren.

Waarom Japan dit volhoudt

De vraag komt vanzelf: waarom niet gewoon overstappen op de westerse jaartelling, zoals bij de kalender in 1873 gebeurde?

Drie redenen, en de derde is de interessantste.

Continuïteit. Het stelsel bestaat sinds 645 en is een van de weinige instituties die de hele Japanse geschiedenis doorlopen.

Het werkt. Voor een Japanner is «Shōwa 40» geen puzzel maar een tijdsaanduiding met een sfeer eraan vast — informatiever dan 1965.

Het is een tijdrekening zonder ideologisch nulpunt. De westerse telling rekent vanaf een religieus ijkpunt; de Japanse rekent vanaf het begin van een regeerperiode en begint elke keer opnieuw. Het is een cyclische in plaats van een lineaire manier om tijd te ordenen, en dat past bij hoe ook de zestigjarige kalendercyclus werkt — zie de vijf elementen en de cyclus van zestig.

Dat gezegd: het systeem levert reëel gedoe op. Bij de overgang naar Reiwa in 2019 moest half administratief Japan zijn software aanpassen, en de nieuwe naam werd pas een maand van tevoren bekendgemaakt.

De naam zelf

Een tijdperknaam bestaat uit twee kanji die samen iets gunstigs uitdrukken, en wordt gekozen door een commissie van geleerden. Meiji (明治) is «verlicht bestuur», Shōwa (昭和) «stralende harmonie», Heisei (平成) «vrede bereiken».

Reiwa (令和) wordt officieel vertaald als «mooie harmonie», en is bijzonder om een reden die in Japan veel aandacht kreeg: het is de eerste tijdperknaam die niet uit de Chinese klassieken komt maar uit een Japanse bron — de Man’yōshū, de oudste bewaarde dichtbundel van het land.

Merk trouwens het teken 和 op: hetzelfde teken als in washoku en wafuku, en hetzelfde begrip harmonie dat in Japanse cultuur begrijpen als derde uitgangspunt terugkomt.

Bijna veertienhonderd jaar

Het stelsel begon in 645 met de naam Taika. Sindsdien zijn er 248 tijdperknamen geweest, waarvan er slechts vijf na 1868 vallen.

Dat verschil zegt alles: vóór 1868 werd een naam ook gewisseld bij een gunstig voorteken, na een ramp of gewoon omdat de kalendercyclus erom vroeg. Sommige tijdperken duurden een jaar. Het hele verhaal staat in 248 namen: de geschiedenis van het tijdperkstelsel.

Wat een tijdperk met een generatie doet

Er is een effect dat u alleen opmerkt als u er langer bent: Japanners ordenen hun eigen leven in tijdperken, en dat werkt anders dan in decennia denken.

«Een Shōwa-mens» is een gangbare, licht spottende aanduiding voor iemand met ouderwetse gewoonten — een bedrijfscultuur van lange dagen, een voorkeur voor papier boven scherm, een bepaalde manier van praten. Wie in Heisei opgroeide, kreeg een ander land mee: economische stagnatie in plaats van groei, en internet als vanzelfsprekendheid.

Omdat de grenzen samenvallen met troonswisselingen en niet met ronde getallen, snijden ze de tijd op onverwachte plekken door. De Shōwa-periode omvat de oorlog, de bezetting, het economische wonder en de zeepbel — vierenzestig jaar in één woord. Dat maakt «Shōwa» een minder scherpe aanduiding dan «de jaren zestig», maar een veel rijkere.

Voor een buitenlander is dat vooral een leesinstructie: als iemand zegt dat iets «heel Shōwa» is, gaat het niet over een jaartal maar over een sfeer.

Nog een telling: de leeftijd

Voor de volledigheid: naast twee jaartellingen kende Japan ook twee leeftijdtellingen. In de traditionele telling, kazoedoshi, bent u bij de geboorte al één jaar en wordt iedereen op nieuwjaar tegelijk ouder.

Dat is officieel afgeschaft maar leeft door in rituelen, en het is de reden dat de ongeluksjaren en de zestigste verjaardag anders vallen dan u zou berekenen. Zie kazoedoshi: de Japanse manier om leeftijd te tellen.

Verder lezen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *