Er is één beslissing die het budget van een Japanreis meer beïnvloedt dan alle andere bij elkaar, en het is niet het hotel. Het is de vraag of u een Japan Rail Pass koopt.
Die vraag is per 1 oktober 2026 urgenter geworden: de tarieven gaan omhoog. Reden om te rekenen in plaats van aan te nemen — want de pas loont minder vaak dan zijn reputatie doet vermoeden.

De nieuwe prijzen

De JR Group heeft de verhoging in het voorjaar aangekondigd. Ze geldt voor aankopen vanaf 1 oktober 2026; wie eerder koopt, betaalt het oude tarief — ook als de reis pas later plaatsvindt.
| Pas | Tot 30 september | Vanaf 1 oktober |
|---|---|---|
| 7 dagen, gewone klasse | ¥ 50.000 | ¥ 53.000 |
| 14 dagen, gewone klasse | ¥ 80.000 | ¥ 84.000 |
| 21 dagen, gewone klasse | ¥ 100.000 | ¥ 105.000 |
| 7 dagen, green car | ¥ 70.000 | ¥ 74.000 |
| 14 dagen, green car | ¥ 110.000 | ¥ 116.000 |
| 21 dagen, green car | ¥ 140.000 | ¥ 147.000 |
Kinderen van zes tot en met elf betalen ongeveer de helft. Dit zijn de tarieven voor aanschaf in het buitenland, wat voor u de gebruikelijke route is.
Voor wie dit vlak voor de datum leest: de peildatum is het moment van kopen, niet van reizen. Staat uw reis al vast en valt hij na oktober, dan is een aankoop vóór de datum een besparing van drieduizend yen.
De rekensom

Om te weten of de pas iets oplevert, hebt u één ijkpunt nodig. Neem het drukste traject van het land, Tokio naar Kioto:
- Hikari, gereserveerde stoel: ongeveer ¥ 13.850, reistijd rond 2 uur 40.
- Nozomi, gereserveerde stoel: ongeveer ¥ 14.170, reistijd rond 2 uur 13.
Heen en terug kost dus ruwweg ¥ 28.000. Tegenover een pas van ¥ 53.000 betekent dat: één keer Tokio–Kioto retour rechtvaardigt de pas niet, ook niet bij benadering.
De pas loont wanneer u minstens drie lange trajecten maakt. Het klassieke voorbeeld dat wél uitkomt: Tokio → Kioto → Hiroshima → Tokio, met onderweg gebruik van lokale JR-lijnen en de Narita Express van en naar de luchthaven.
| Wel een pas | Geen pas |
|---|---|
| Drie of meer lange trajecten | Alleen Tokio en omgeving |
| Route die ver naar het westen of noorden gaat | Eén keer Kioto heen en terug |
| Onzeker programma, veel improviseren | Reis korter dan een week |
| Ook veel lokale JR-lijnen | U wilt per se de snelste treinen |
De Nozomi-val
Dit is het detail dat de meeste mensen pas op het perron ontdekken: de Nozomi en de Mizuho zitten niet gewoon in de pas. Dat zijn juist de snelste treinen op de belangrijkste lijn.
Met een pas neemt u de Hikari of de Sakura, die dezelfde route rijden maar vaker stoppen — op Tokio–Kioto scheelt dat een half uur. Wilt u toch de Nozomi, dan betaalt u een toeslag bij.
Voor de meeste reizigers is dat geen ramp: een halfuur extra in een comfortabele trein met uitzicht op de Fuji is geen straf. Maar het is wel iets om te weten voordat u de pas koopt in de veronderstelling overal in te mogen stappen.
De pas geeft toegang tot het net, niet tot de snelste trein erop. Wie dat vooraf weet, plant zijn dag een half uur ruimer en heeft er verder geen last van.
Het kleine lettertje dat het vaakst verrast
De IC-kaart: onmisbaarder dan de pas
Voor alles wat geen langeafstandstrein is — metro, bus, lokale lijnen, bagagekluizen, automaten, convenience stores — gebruikt u een IC-kaart. Die heet Suica of Pasmo in Tokio, Icoca in Kansai, maar ze werken landelijk door elkaar.
U laadt hem op met contant geld bij een automaat en tikt bij in- en uitgang. Geen kaartjes kopen, geen tarieven uitzoeken, geen verkeerde zone.
Ze bestaan inmiddels ook als digitale kaart in de telefoon, wat het opladen makkelijker maakt. Let op: fysieke kaarten waren een tijdlang beperkt leverbaar wegens een chiptekort; er zijn speciale toeristenversies met beperkte geldigheid als alternatief. Controleer de actuele situatie kort voor vertrek.
De regionale passen
Dit is het best bewaarde alternatief. Naast de landelijke pas bestaan er tientallen regionale passen van de afzonderlijke JR-maatschappijen, en die zijn per reisdag vaak veel voordeliger.
- Blijft u in Kansai — Kioto, Osaka, Nara, Kobe, Himeji — dan is er een pas voor precies dat gebied.
- Reist u alleen tussen Tokio en Kioto en terug, dan bestaan er passen voor de Tokaido-corridor.
- Voor Kyūshū, Hokkaidō en Tōhoku zijn er eigen versies.
De vuistregel: de landelijke pas is alleen zinnig als u het land werkelijk doorkruist. Blijft u binnen één regio, kijk dan eerst naar de regionale variant.
Wat u nog moet weten
Reserveren is gratis met de pas en de moeite waard in het hoogseizoen. In een reguliere shinkansen zijn er ook onbeperkte wagons, maar tijdens Golden Week of het bloesemseizoen staat u daar.
Grote koffers vragen een reservering. Op de Tokaido-, Sanyo- en Kyūshū-shinkansen moet u voor bagage boven een bepaald formaat een plek met bagageruimte reserveren. Zonder reservering riskeert u een toeslag. Beter nog: stuur de koffer vooruit met takkyūbin, dan speelt het probleem niet.
De pas activeert u zelf. U kiest de startdatum bij het omwisselen of activeren, en die hoeft niet de dag van aankomst te zijn. Begint u met vier dagen Tokio, laat de pas dan pas daarna ingaan.
Nachtbussen zijn een serieus alternatief. Tokio–Kioto kost er vanaf ongeveer een kwart van de treinprijs, en u bespaart een hotelnacht. Comfortabeler dan het klinkt, en de reden dat veel Japanners zelf zo reizen.
Hoe u een kaartje koopt zonder pas
Wie geen pas neemt, betaalt per rit — en dat is eenvoudiger dan het klinkt.
Een shinkansenkaartje bestaat altijd uit twee delen: het basistarief voor de afstand (jōshaken) en de toeslag voor de snelle trein (tokkyūken). Bij de automaat of het loket koopt u ze samen; bij de poortjes stopt u ze samen in de gleuf. Dat is de reden dat u twee kaartjes terugkrijgt en beide moet bewaren.
U kiest daarbij tussen een gereserveerde stoel (shitei-seki) en een onbeperkte wagon (jiyū-seki). Die laatste is iets goedkoper en prima buiten het hoogseizoen; tijdens Golden Week of het bloesemseizoen staat u er.
Online reserveren kan tegenwoordig ook, en de systemen accepteren buitenlandse creditcards. U koppelt uw reservering aan een IC-kaart en loopt gewoon door het poortje — geen papier meer.
De laatste trein
Eén ding waar bezoekers structureel op stukken: het Japanse openbaar vervoer rijdt niet ’s nachts. Metro en trein stoppen rond middernacht en beginnen weer rond vijf uur.
Dat is geen detail maar een planningsfeit. De laatste trein — shūden — is een begrip, en hele avonden worden eromheen ingericht. Mist u hem, dan zijn de opties een taxi tegen een aanzienlijk tarief, een capsulehotel of doorgaan tot vijf uur. Veel Japanners kiezen het laatste, wat verklaart waarom de eerste trein ’s ochtends ook vol zit.
Verder lezen
- Een reis naar Japan plannen — waar deze beslissing in het geheel past
- Veertien dagen, dag voor dag — de route waarbij de pas wél uitkomt
- Wat een reis werkelijk kost
- Wat u vóór vertrek moet regelen
En als u de stationsborden zelf wilt kunnen lezen: de namen staan er in kanji én in romaji, maar de kana ertussen helpen enorm. Zie katakana leren: 46 tekens in een weekend.