Nederland & Japan

Rangaku: toen Nederlands de taal van de wetenschap was

Drie Japanse artsen, een Nederlands anatomieboek en geen woordenboek. Hoe Kaitai Shinsho een heel vakgebied op gang bracht.

Opengeslagen boek met het kanji-woord rangaku als watermerk

Op 4 maart 1771 stonden drie Japanse artsen op het executieterrein bij Kozukappara, bij Edo. Ze hadden toestemming gekregen om een ontleding bij te wonen. Twee van hen, Sugita Genpaku en Maeno Ryōtaku, hadden een boek meegenomen: een Nederlandse anatomie met uitvouwbare platen.

Ze konden het niet lezen. Ze konden alleen kijken. En wat ze zagen, klopte tot in de details met de platen — terwijl het botste met wat de klassieke Chinese geneeskunde leerde, waar hun hele opleiding op gebouwd was.

De volgende dag begonnen ze aan een vertaling. Dat is, op de dag af, het begin van de rangaku.

Opengeslagen boek met het kanji-woord rangaku als watermerk

Wat rangaku betekent

Het woord 蘭学 bestaat uit twee tekens: 蘭 (ran) en 学 (gaku, «studie»). Dat eerste teken komt uit 阿蘭陀 — Oranda, de Japanse naam voor Nederland, ontstaan uit «Holland» zoals de Portugezen het uitspraken. Rangaku is dus letterlijk Nederlandse studie.

De naam is misleidend, want het vak ging niet over Nederland. Het ging over alles wat Europa wist, en het heette rangaku omdat het Nederlands nu eenmaal de enige taal was waarin die kennis Japan bereikte. Waarom dat zo was, staat in ons overzicht van vierhonderd jaar Nederland en Japan: geen missionarissen, dus als enige Europeanen toegelaten.

Drie jaar vertalen zonder woordenboek

Drie stappen van de ontleding in 1771 tot de publicatie van Kaitai Shinsho in 1774

Het boek dat ze bij zich hadden was de Ontleedkundige Tafelen, de Nederlandse uitgave van een Latijns werk van Johann Adam Kulmus uit Gdańsk. In Japan raakte het bekend als Tafel Anatomia.

Maeno Ryōtaku had wat Nederlands opgepikt in Nagasaki en leidde het werk; Sugita Genpaku zette de uitkomsten om in klassiek Chinees, de geleerdentaal van Japan; Nakagawa Jun’an werkte mee. Ze hadden geen woordenboek dat die kant op werkte, geen leraar en geen native speaker.

Sugita heeft later beschreven hoe dat ging: soms staarden ze een hele lange dag naar één zin en kwamen er niet uit. Een woord als wenkbrauw — het haar boven het oog — kostte hun een maand.

Wij waren als mensen zonder roer op een grote zee, zonder houvast, en wisten niet waar te beginnen.

Sugita Genpaku, terugblikkend op het vertaalwerk

In 1774 verscheen Kaitai Shinsho, «Nieuw boek van de ontleding». Het is niet foutloos, en de vertalers wisten dat. Maar het bewees iets belangrijkers dan zijn eigen inhoud: Europese kennis was toegankelijk als je de taal leerde. Daarna was rangaku geen liefhebberij meer maar een vak, met scholen, leerlingen en een eigen jargon.

Wat er allemaal binnenkwam

Zes vakgebieden die via het Nederlands Japan bereikten: geneeskunde, sterrenkunde, natuurkunde, scheikunde, aardrijkskunde, krijgskunde
Vakgebied Wat het opleverde
Geneeskunde Anatomie, chirurgische technieken, later de pokkenvaccinatie
Sterrenkunde Telescopen, nauwkeuriger kalenderberekening
Natuurkunde Elektriciteitsproeven, luchtdruk, optica
Scheikunde Het begrip van stoffen en reacties los van de klassieke leer
Aardrijkskunde Wereldkaarten waarop Japan niet in het midden lag
Krijgskunde Vestingbouw, geschut, later stoomtechniek

Dat laatste vak verklaart waarom het shogunaat de rangaku uiteindelijk zelf ging steunen. Wat begon als nieuwsgierigheid van een handvol artsen, werd na de eerste botsingen met westerse schepen een kwestie van staatsbelang.

Siebold: de arts die te veel verzamelde

In 1823 kwam Philipp Franz von Siebold naar Deshima. Hij was Duitser, uit Würzburg, maar reisde in Nederlandse dienst — een detail dat hem in Japan van pas kwam, want zijn accent viel op en de verklaring luidde dat hij uit «de bergen van Holland» kwam.

Siebold mocht, ongewoon genoeg, buiten het eiland lesgeven. Hij opende een schooltje bij Nagasaki en behandelde Japanse patiënten; in ruil vroeg hij zijn leerlingen verhandelingen te schrijven over hun eigen land. Zo bouwde hij in enkele jaren een verzameling op van planten, dieren, gebruiksvoorwerpen, prenten en gegevens die zijns gelijke niet had.

Het ging mis in 1828. Bij een controle bleek hij kaarten van Japan in bezit te hebben, gekregen van een hofastronoom. Kaarten waren staatsgeheim. Siebold werd van spionage beschuldigd, in 1829 het land uitgezet en mocht niet terugkeren; zijn Japanse contacten kwamen er beroerder vanaf dan hij.

Zijn verzameling belandde in Leiden. Aan het Rapenburg stelde hij die vanaf 1831 open voor publiek en richtte hij later een museum in. Dat pand is vandaag het Japanmuseum SieboldHuis — de plek waar een Nederlandse bezoeker het dichtst bij deze geschiedenis komt zonder naar Nagasaki te vliegen.

Het woordenboek dat er niet was

Het grootste obstakel voor de rangaku was banaal: er bestond geen behoorlijk woordenboek. Sugita en zijn collega’s werkten met woordenlijstjes en gissingen, en dat is precies waarom hun vertaling drie jaar duurde.

Dat probleem werd opgelost door een opperhoofd. Hendrik Doeff zat van 1803 tot 1817 op Deshima — ongewoon lang, doordat de Napoleontische oorlogen in Europa de scheepvaart stillegden en er jarenlang geen schip kwam. Hij had tijd, en hij gebruikte die om samen met Japanse tolken een Nederlands-Japans woordenboek samen te stellen, gebaseerd op het woordenboek van François Halma.

Dat werk, in Japan bekend geworden als de Dūfu Haruma, veranderde het vak. Wie na Doeff Nederlandse boeken wilde lezen, hoefde niet meer bij nul te beginnen. Het is een van de zeldzame gevallen waarin een Europese handelsvertegenwoordiger een blijvende bijdrage aan de Japanse wetenschap leverde.

De prijs van nieuwsgierigheid

Rangaku was niet zonder gevaar. Het shogunaat moedigde praktische kennis aan — geneeskunde, artillerie — maar keek scheef naar alles wat op politieke belangstelling voor het buitenland leek.

In 1839 volgde een klopjacht op geleerden die zich kritisch hadden uitgelaten over het buitenlandbeleid, met gevangenisstraffen en zelfdodingen tot gevolg. Voor de betrokkenen was de rangaku geen ongevaarlijke liefhebberij maar een vakgebied waarin je op je woorden moest passen — een spanning die pas verdween toen het land zich na 1854 opende.

Het spoor in de taal

Rangaku heeft een spoor achtergelaten dat je dagelijks in Japan tegenkomt. Het vakjargon van de artsen kwam grotendeels uit het Nederlands, en een deel ervan is nooit vervangen: een scalpel heet nog altijd mesu, van «mes», en alcohol is arukōru.

Wie de hele lijst wil, kan terecht bij ons overzicht van Japanse woorden met een Nederlandse herkomst. En wilt u weten hoe uw eigen naam er in Japans schrift uitziet — dezelfde omzetting die de tolken van Nagasaki met «Kulmus» en «Siebold» moesten maken — dan doet onze namengenerator dat.

Het einde van een vak dat zijn werk gedaan had

Na 1854 kwamen Engels, Duits en Frans binnen, en die talen brachten meer, sneller en uit meer bronnen. Rangaku verdween als vakgebied — niet omdat het faalde, maar omdat het overbodig werd.

Wat het naliet, is het fundament waarop de razendsnelle modernisering van de Meiji-tijd kon staan. Toen Japan na 1868 in dertig jaar een industriestaat werd, gebeurde dat niet vanuit het niets. Er lag een eeuw voorwerk, en dat voorwerk was in het Nederlands gedaan.

In welk Japans tijdperk 1771, 1774 en 1823 vallen, rekent onze tijdperkomrekenaar voor u uit. En het eiland waar dit allemaal binnenkwam, beschrijven we in het artikel over Deshima.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *