Nederland & Japan

Deshima: het eiland dat Japans venster op Europa was

Op 214 bij 64 meter lag tweehonderd jaar lang de enige verbinding tussen Japan en Europa. Wat er stond, wie er woonden en hoe de handel liep.

Schematische weergave van het waaiervormige eiland Deshima met de afmetingen 214 bij 64 meter

Het was 214 meter lang en 64 meter breed. Er stond een handvol pakhuizen, een woning voor het opperhoofd, een kantoortje, een moestuintje en een wachthuis. Eén brug verbond het met de stad, en aan beide uiteinden van die brug stond een wacht.

Op dit oppervlak — kleiner dan twee hectare — lag tweehonderd jaar lang de enige verbinding tussen Japan en Europa.

Schematische weergave van het waaiervormige eiland Deshima met de afmetingen 214 bij 64 meter

Een eiland dat voor iemand anders gebouwd was

Deshima (出島, «uitstekend eiland») was niet voor de Nederlanders aangelegd. Nagasaki liet het rond 1636 opwerpen om de Portugezen op te bergen: handel drijven mocht, maar buiten de stad en onder toezicht. Toen de Portugezen kort daarna helemaal werden weggestuurd, kwam het leeg te staan.

In 1641 moest de VOC haar post op Hirado sluiten en naar dat lege eiland verhuizen. De aanleiding was een detail waar men vandaag om zou lachen: op een nieuw Nederlands pakhuis stond in steen gebeiteld Anno Christi 1640. Een christelijke jaartelling, zichtbaar op een gevel — reden genoeg om het gebouw te laten slopen en de hele post te verplaatsen.

Vanaf dat moment tot 1854 was Deshima het adres. Hoe die tweehonderd jaar in het grotere verhaal passen, staat in ons overzicht van vierhonderd jaar Nederland en Japan.

Wat er stond, en wie er woonden

Schematische plattegrond van Deshima met pakhuizen, woning van het opperhoofd, kantoor, tuin en wachthuis

De bezetting was klein: doorgaans tien tot twintig Europeanen. Aan het hoofd stond het opperhoofd, in Japanse bronnen kapitan genoemd, naar het Portugese capitão. Daaronder een boekhouder, een pakhuismeester, een arts, een paar bedienden.

Daarnaast werkten er tientallen Japanners: tolken, bewakers, koks, sjouwers. De tolkenfamilies van Nagasaki vormden een eigen beroepsgroep waarin het vak van vader op zoon overging. Zij waren, letterlijk, de enige mensen in Japan die een Europese taal beheersten — en daarmee de flessenhals waar alle kennis doorheen moest.

Wat Japan leverde Wat de VOC bracht
Zilver, later koper Zijde en katoen uit Bengalen
Goud Suiker
Porselein Boeken, instrumenten, medicijnen
Lakwerk Glaswerk en wollen stoffen

Het koper is het vermelden waard. Japan was in de zeventiende eeuw een van de grootste koperproducenten ter wereld, en dat metaal ging via Deshima naar de Compagnie in Batavia. Het zilver liep zo hard weg dat het shogunaat de uitvoer uiteindelijk aan banden legde.

De hofreis: negentig dagen naar Edo en terug

Route van de hofreis van Nagasaki via Osaka en Kyoto naar Edo, met cijfers over duur en omvang

Eén keer per jaar — later minder vaak — verliet het opperhoofd het eiland voor de hofreis: een tocht van ruim duizend kilometer naar Edo, om de shogun te groeten en geschenken aan te bieden.

De stoet telde honderd tot honderdvijftig personen. Onderweg was hij een bezienswaardigheid: in de logementen langs de route kwamen geleerden en nieuwsgierigen kijken, en dat was voor beide kanten het interessantste deel van de reis. In Edo werd de delegatie ondervraagd — over Europa, over geneeskunde, over sterrenkunde — en die gesprekken waren voor Japanse geleerden vaak waardevoller dan de handel zelf.

De geschenken waren instrumenten: klokken, telescopen, globes, microscopen. Ze werden niet weggezet als curiosa maar uit elkaar gehaald en nagebouwd.

Over de aard van de hofreisgeschenken

Precies daar begint het vakgebied dat we in ons artikel over rangaku beschrijven.

Het leven binnen twee hectare

Het bestaan op Deshima was, met alle respect voor de romantiek van de zeilvaart, vooral saai. Een opperhoofd zat er doorgaans een jaar. Buiten de hofreis kwam hij het eiland niet af. Er was een moestuin, er waren boeken, er was drank.

Sommige gewoonten uit die tijd zijn blijven hangen. De Nederlanders vierden op Deshima nieuwjaar volgens de westerse kalender, midden in de Japanse winter — voor Japanse waarnemers een merkwaardig feest dat zij Oranda shōgatsu noemden, «Nederlands nieuwjaar». Dat het bier van de VOC een spoor achterliet in het Japanse woord bīru, is geen toeval: het kwam hier binnen. Meer van zulke woorden staan in onze lijst van leenwoorden.

De tolken: het beroep waar alles doorheen moest

Er is één beroepsgroep zonder wie Deshima niet gewerkt had, en die in de verhalen vrijwel altijd ontbreekt: de Nagasakise tolken.

Het waren erfelijke functies. Een tolkenfamilie gaf het vak door van vader op zoon, met een rangorde van leerling tot opperhoofdtolk. Ze leerden Nederlands van hun voorgangers, niet uit een boek — er wás geen boek, althans niet tot Hendrik Doeff er in de vroege negentiende eeuw met Japanse medewerkers een woordenboek van maakte.

Hun positie was dubbel. Formeel waren ze ambtenaren van het shogunaat, aangesteld om de handel te controleren en te rapporteren. In de praktijk waren ze ook de eerste Japanners die Europese boeken konden lezen, en daarmee de bakermat van een heel vakgebied. Een flink deel van de vroege rangaku-geleerden kwam uit deze kringen of had er les gehad. Hoe dat vak zich daarna ontwikkelde, staat in ons artikel over rangaku.

Drie hardnekkige misverstanden

«Japan was volledig gesloten.» Niet helemaal. Naast Deshima liepen er drie andere kanalen: via Tsushima met Korea, via Satsuma met de Ryukyu-eilanden, en via Matsumae met de Ainu in het noorden. Nagasaki was het enige venster op Europa, niet op de wereld.

«De Nederlanders zaten er gevangen.» Ze zaten er beperkt, wat iets anders is. Ze mochten het eiland niet af zonder vergunning, maar er kwamen dagelijks Japanners over de brug om zaken te doen, en de hofreis bracht ze een keer per jaar dwars door het land.

«Het was een lucratieve post.» In de zeventiende eeuw wel, dankzij het zilver en later het koper. In de achttiende eeuw liep het terug, en tegen het einde was Deshima voor de Compagnie eerder prestige dan winst. Dat het toch bleef bestaan, had met de positie te maken die het opleverde.

Het einde, en wat ervoor in de plaats kwam

In juli 1853 verscheen commodore Matthew Perry met vier Amerikaanse schepen in de baai van Edo. Het jaar daarop tekende Japan een verdrag, en in de jaren daarna volgden meer landen. Het Nederlandse monopolie, dat tweehonderd jaar had standgehouden, was in enkele seizoenen verdwenen.

Deshima zelf verdween daarna letterlijk uit het zicht: de baai werd ingepolderd en het eiland kwam midden in de stad te liggen, ingebouwd tussen straten en gebouwen. Sinds de jaren negentig wordt het stap voor stap gereconstrueerd. Een aantal panden staat er weer, en het silhouet van de waaier is in het straatpatroon terug te vinden.

Als u er komt

  • Het gereconstrueerde Deshima ligt in het centrum van Nagasaki, op loopafstand van de tramhalte Dejima.
  • Reken op anderhalf tot twee uur. Er zijn Nederlandstalige elementen in de opstelling — logisch, gezien de geschiedenis.
  • Openingstijden en toegangsprijzen wijzigen; controleer die bij de stad Nagasaki voor u gaat. Waarom we dat er standaard bij zetten, leest u in ons redactiebeleid.

Kort samengevat

Deshima was geen kolonie, geen fort en geen zendingspost. Het was een vergunning met muren eromheen: een plek waar handel mocht plaatsvinden onder voorwaarden die de andere partij bepaalde. Dat de Nederlanders die voorwaarden twee eeuwen lang accepteerden, leverde hun een monopolie op — en leverde Japan een venster dat het anders niet had gehad.

Wilt u weten in welk Japans tijdperk 1641 of 1854 viel, dan geeft de tijdperkomrekenaar het antwoord meteen; beide jaartallen staan er als vast ijkpunt in.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *