Nederland & Japan

Vierhonderd jaar Nederland en Japan

Van een gestrand schip in 1600 tot de Japanse woorden die vandaag nog uit het Nederlands komen: het hele verhaal in zeven data.

Tijdlijn van vierhonderd jaar Nederlands-Japanse betrekkingen met een VOC-schip

In april 1600 spoelde bij Usuki, in de provincie Bungo, een half vergaan schip aan. Het heette De Liefde, was in 1598 met vier zusterschepen uit Rotterdam vertrokken en had als enige de overkant gehaald. Van de honderdtien opvarenden leefden er nog vierentwintig, van wie de meesten niet meer konden staan.

Dat wrak is het begin van een verhaal dat vierhonderd jaar duurt en waarvan de sporen nog altijd zichtbaar zijn — in een Tokiose wijknaam, in Japanse woorden die uit het Nederlands komen, in de anatomie zoals die in Japan onderwezen werd, en in een tuin in Den Haag die maar een paar weken per jaar open is.

Tijdlijn van vierhonderd jaar Nederlands-Japanse betrekkingen met een VOC-schip

Waarom uitgerekend de Nederlanders

Het antwoord is minder vleiend dan het klinkt: omdat ze niet wilden bekeren. Japan sloot zich in de jaren dertig van de zeventiende eeuw af van Europa, en de directe aanleiding was de vrees voor de politieke gevolgen van het katholicisme. Portugezen en Spanjaarden brachten missionarissen mee. De VOC bracht koopwaar en liet de godsdienst thuis.

Dat verschil werd de hele Nederlandse positie. In 1609 kreeg de Compagnie van shogun Tokugawa Ieyasu toestemming voor een handelspost op Hirado. In 1641 moest die post verhuizen naar een kunstmatig eilandje in de baai van Nagasaki, Deshima, waar hij tot 1854 zou blijven. Twee eeuwen lang was dat het enige punt waar Europa en Japan elkaar raakten.

Wie in Japan iets over de wereld buiten Azië wilde weten, moest Nederlands leren. Er was geen tweede weg.

De kern van het rangaku-tijdperk

De zeven data die het verhaal dragen

Tijdlijn met zeven sleutelmomenten tussen 1600 en 1873
Jaar Wat er gebeurde
1600 De Liefde strandt bij Bungo. Jan Joosten en William Adams blijven in Japan en worden adviseurs van Tokugawa Ieyasu.
1609 De VOC krijgt handelsprivileges en opent een post op Hirado.
1641 De post verhuist gedwongen naar Deshima, 214 bij 64 meter groot.
1774 Kaitai Shinsho verschijnt: een Japanse anatomie, vertaald uit het Nederlands.
1823 Philipp Franz von Siebold komt in Nederlandse dienst naar Deshima.
1854 Japan opent zijn havens. Het Nederlandse monopolie eindigt.
1873 Japan stapt over op de westerse kalender.

Dat laatste jaartal lijkt een voetnoot maar is het niet. Tot 1873 telde Japan de jaren in nengō, tijdperken die met elke keizer opnieuw begonnen, en volgde het een maankalender. Wie een Japanse bron uit deze hele periode leest, komt geen enkel westers jaartal tegen. In onze omrekenaar voor Japanse tijdperken staat daarom een aparte tabel met precies deze data: 1641 is Kan’ei 18, 1854 is Ansei 1.

Deshima: handel op een eiland ter grootte van een voetbalveld

Deshima was een waaiervormig eiland van 214 bij 64 meter, met één brug naar de stad. Aan de landzijde stond een wacht, aan de eilandzijde ook. Japanners mochten er alleen met vergunning komen; de Nederlanders mochten er alleen met vergunning uit.

Er woonden doorgaans niet meer dan tien tot twintig Europeanen, onder leiding van het opperhoofd. Eén keer per jaar reisde die met een stoet naar Edo om de shogun te groeten — de hofreis, ruim duizend kilometer heen en weer, met geschenken die in Japan zorgvuldig bestudeerd werden: klokken, telescopen, globes, boeken.

Het volledige verhaal van dat eiland — de plattegrond, de handelswaar, het dagelijks leven binnen die twee hectare — staat in ons artikel over Deshima.

Rangaku: een taal als enige venster

De handel was economisch niet spectaculair. Wat er werkelijk toe deed, kwam als bijvangst: kennis.

Japanse geleerden begonnen Nederlands te leren om de boeken te kunnen lezen die met de hofreis meekwamen. Dat vakgebied kreeg een naam: rangaku (蘭学), letterlijk «Nederlandse studie», naar 阿蘭陀 (Oranda), de Japanse naam voor Nederland.

Het keerpunt kwam in 1771. Sugita Genpaku en Maeno Ryōtaku woonden een ontleding bij op het executieterrein bij Kozukappara, met een Nederlands anatomisch boek in de hand. Alles wat erin stond bleek te kloppen — en week af van wat de Chinese geneeskunde leerde. De dag erna begonnen ze aan de vertaling. Drie jaar later verscheen Kaitai Shinsho. Hoe ze dat voor elkaar kregen zonder woordenboek, staat in ons artikel over rangaku.

Wat er van vierhonderd jaar overbleef

Vier categorieën sporen: taal, landschap, wetenschap en tuinen

In de taal

Ruim vierhonderd Japanse woorden komen uit het Nederlands, en de meeste Japanners weten dat niet. De schooltas van elk Japans basisschoolkind heet randoseru — van «ransel». Een glas is koppu, bier is bīru, vensterglas is garasu, een speeldoos is orugōru, van «orgel». We hebben er een aparte lijst van gemaakt.

In het landschap van Tokio

Naast station Tokio ligt een zakendistrict dat Yaesu heet. Die naam gaat terug op Jan Joosten van Lodensteijn, de tweede stuurman van De Liefde, die in Japan bleef, hatamoto werd en twee zwaarden mocht dragen. Zijn Japanse naam was Yayōsu (耶楊子); de buurt waar hij woonde heette naar hem, en die naam is er nooit meer uit verdwenen. Zijn verhaal staat hier.

In de wetenschap

Anatomie, sterrenkunde, natuurkunde, scheikunde, vestingbouw: tweehonderd jaar lang kwam het allemaal via één taal binnen. Toen Japan zich na 1854 in hoog tempo moderniseerde, gebeurde dat op een fundament dat in het Nederlands gelegd was.

In tuinen en musea

Op landgoed Clingendael in Den Haag ligt een Japanse tuin uit het begin van de twintigste eeuw, die vanwege zijn kwetsbaarheid maar een paar weken per jaar open mag. In het Amsterdamse Bos staat het Bloesempark: vierhonderd sierkersen, in 2000 geschonken door de Japanese Women’s Club ter gelegenheid van vierhonderd jaar betrekkingen. Tweehonderd bomen kregen een Japanse meisjesnaam, tweehonderd een Nederlandse. En in Leiden, aan het Rapenburg, staat het huis waar Siebold zijn Japanse verzameling onderbracht; sinds jaren is het een museum.

Waarom dit meer is dan een aardig weetje

Nederlanders die zich in Japan verdiepen, doen dat meestal via het Engels — begrijpelijk, want daar is verreweg het meeste materiaal. Maar juist daardoor ontbreekt in dat materiaal het stuk dat voor een Nederlandse lezer het interessantst is.

Een Amerikaanse gids over Nagasaki vermeldt Deshima in één alinea. Voor een Nederlandse lezer is Deshima geen voetnoot: het is de plek waar tweehonderd jaar lang de enige verbinding lag tussen Europa en een land dat verder niemand binnenliet — en waar landgenoten dat werk deden.

Om diezelfde reden vindt u op deze site een eigen rubriek voor deze geschiedenis. Hoe we die materie behandelen en welke bronnen we daarbij aanhouden, staat in ons redactiebeleid.

Verder lezen

Wilt u weten in welk Japans tijdperk een jaartal uit dit artikel valt, dan rekent de tijdperkomrekenaar het voor u om — inclusief de Nederlandse ijkpunten die hierboven langskwamen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *